Biologisch, biodynamisch, natuurwijn. Je ziet de woorden steeds vaker, en ze worden flink door elkaar gehaald. Toch betekenen ze iets anders.
Biologisch
Biologische wijn gaat vooral over de wijngaard. De druiven worden geteeld zonder kunstmest en zonder chemische bestrijdingsmiddelen tegen onkruid, insecten en schimmels. In de EU is biologisch een beschermd begrip, met regels en controle. Je herkent het aan het groene EU-bioblad op het etiket. Ook in de kelder gelden regels, bijvoorbeeld een lagere grens voor sulfiet.
Biologisch zegt dus iets over hoe er gewerkt wordt, niet over de smaak. Een biologische wijn kan fris en strak zijn of vol en rond, net als elke andere wijn. Bij ons herken je ze aan het label Biologisch, zoals de Esporão Reserva uit de Alentejo.
Biodynamisch
Biodynamisch gaat een stap verder dan biologisch. De wijngaard wordt gezien als één geheel, met eigen preparaten van kruiden en compost en werk dat de kalender van maan en seizoenen volgt. Het klinkt voor sommigen zweverig, maar veel wijnmakers zweren erbij omdat hun wijngaarden er gezonder van worden. Biodynamische wijn heeft een eigen keurmerk, zoals Demeter.
Natuurlijke wijn
Natuurwijn gaat vooral over de kelder. Het idee: zo min mogelijk toevoegen en ingrijpen. Gisting met de gisten die van nature op de druif zitten, weinig of geen sulfiet, vaak niet gefilterd. Er is geen officiële definitie, dus iedere maker vult het net anders in.
Natuurwijn kan prachtig zijn: levendig, puur en eigenwijs. Hij kan ook troebel zijn, of geuren hebben die je in andere wijn een fout zou noemen. Proef dus eerst voordat je er een doos van koopt.
Is het beter?
Beter voor de wijngaard, vaak wel. Lekkerder, niet vanzelf. Een goede wijnmaker maakt goede wijn, en een slordige maakt slordige wijn, met of zonder keurmerk. Wij kiezen eerst op smaak. Dat er steeds meer biologische wijnen tussen zitten, is mooi meegenomen.
