Kruiden maken een gerecht. Een handje koriander of een takje rozemarijn kan bepalen welke wijn er het best bij past. Twee vuistregels helpen: kijk hoe sterk het kruid is, en zoek een wijn die iets van dezelfde geur heeft.
Basilicum
Fris, groen en een beetje zoetig. Denk aan pesto, een caprese of tomatensaus. Een frisse witte wijn met iets groens past goed, zoals een Sauvignon Blanc of een Verdejo. Bij tomaat met basilicum werkt ook een lichte Italiaanse rode wijn.
Koriander
Uitgesproken en fris, vaak in de Thaise, Vietnamese of Mexicaanse keuken, samen met limoen en chili. Hier past een geurige witte wijn zonder hout. Een Riesling of een Grüner Veltliner, zoals de Geyerhof Stockwerk. Is het pittig, dan helpt een klein beetje zoet, zoals in een Riesling feinherb.
Rozemarijn
Krachtig en harsig, vaak bij lamsvlees of geroosterde aardappels. Hier mag een stevige rode wijn bij, met kruidige tonen van zichzelf. Een Syrah of een wijn uit de zuidelijke Rhône, zoals de Ferme du Mont Première Côte.
Tijm
Subtiel en aards, in stoofpotten en bij kip uit de oven. Een soepele rode wijn uit Zuid-Frankrijk past goed, of een vollere witte wijn als het om kip gaat.
Salie
Hartig en een beetje bitter, vaak bij varkensvlees of in boter bij pasta. Een ronde witte wijn, zoals een Chardonnay, of een lichte Italiaanse rode wijn.
Munt
Fris en koel. In salades of bij lamsvlees in de Midden-Oosterse keuken. Bij de salade een frisse rosé, bij het lamsvlees een fruitige rode wijn met weinig tannine.
Dille en peterselie
Licht en groen, vaak bij vis. Een frisse, strakke witte wijn is hier bijna altijd raak.
Proef en probeer
De regels zijn een begin. Maak het gerecht, zet twee wijnen op tafel en proef welke het beste werkt. Zo leer je het snelst.
