Bubbels zijn bubbels, zou je denken. Toch proef je een groot verschil tussen een champagne, een cava en een prosecco. Dat zit vooral in waar de wijn vandaan komt en hoe de bubbels erin komen.
Champagne
Champagne mag alleen zo heten als hij uit de Champagne in Noord-Frankrijk komt. De druiven zijn meestal Chardonnay, Pinot Noir en Pinot Meunier. De tweede gisting, die de bubbels maakt, gebeurt in de fles zelf. Daarna rijpt de wijn op de gistresten. Dat geeft de typische tonen van brioche, toast en noten, en fijne, strakke bubbels. Het is veel werk, en dat zie je aan de prijs. Bij ons: de Le Marquis de Marillac.
Cava
Cava komt vooral uit de Penedès in Catalonië en wordt op dezelfde manier gemaakt als champagne, met de tweede gisting in de fles. De druiven zijn meestal Spaans: Macabeo, Xarel·lo en Parellada, soms met Chardonnay. Cava is vaak wat zachter en fruitiger dan champagne, en veel vriendelijker geprijsd. Probeer de Anna de Codorníu.
Crémant
Crémant is Franse bubbel van buiten de Champagne, bijvoorbeeld uit de Loire, de Elzas of de Bourgogne. Ook hier gaat de tweede gisting in de fles. De druif hangt af van de streek. In de Loire is dat vaak Chenin Blanc, die fris en appelig is, zoals in de Marcel Martin. Crémant is een van de beste koopjes in de wereld van bubbels.
Prosecco
Prosecco komt uit Noordoost-Italië en wordt gemaakt van de Glera-druif. De tweede gisting gebeurt hier in grote stalen tanks. Dat is sneller en goedkoper, en het houdt de wijn fris en fruitig: peer, appel en bloemen, met zachtere bubbels. Prosecco drink je jong.
Wat kies je?
Voor een feestelijk moment of bij oesters: champagne. Voor een borrel met veel mensen: cava of crémant, die geven veel wijn voor je geld. Voor een zomerse spritz: prosecco. En wil je bubbels zonder alcohol, kijk dan eens naar de Flama d'Or 0,0.
Alle bubbels op een rij vind je bij Mousserend.
